Duits (verbuiging)

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)[wysig]

Open book 01.png Byvoeglike naamwoord[wysig]

Hierdie tabelle verteenwoordig die grammatika wat voor 1947 amptelik in die Nederlandse skryftaal verplig was, hoewel dit in die spreektaal reeds lank nie meer gebruiklik was nie. Die meeste verboë vorme word vandag net nog in sommige idiome aangetref, maar in boeke van voor 1947 was dit gebruiklik.

Stellende trap[wysig]

Sterk verbuiging (sonder lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
Duits Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
Genitief
(verouder)
Duitsen Duitse Duitsen Duitser Duitser Duitser
Datief
(verouder)
Duitsen Duitse Duits Duitsen Duitsen Duitsen
Akkusatief
(verouder)
Duitsen Duitse Duits Duitse Duitse Duitse



Swak verbuiging (met bepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
de Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
het, 't Duitse

(Vlaams:)
Duits
de Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
de Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
de Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
Genitief
(verouder)
des, 's Duitsen der Duitse des, 's Duitsen der Duitse der Duitse der Duitse
Datief
(verouder)
den Duitsen der Duitse den,
het, 't
Duitse den Duitsen den Duitsen den Duitsen
Akkusatief
(verouder)
den Duitsen de Duitse het, 't Duitse de Duitse de Duitse de Duitse



Gemengde verbuiging (met onbepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief een, 'n Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
een, 'n
(verouder:) ene, 'ne
Duitse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Duitsen
een, 'n Duits
Genitief
(verouder)
eens, 'ns Duitsen ener Duitse eens, 'ns Duitsen
Datief
(verouder)
enen, 'nen Duitsen ener Duitse enen, 'nen
een, 'n
Duits
Akkusatief
(verouder)
enen, 'nen Duitsen ene, 'ne Duitse een, 'n Duits



Gesubstantiveerde verbuiging[wysig]

Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de Duitse de Duitse het, 't Duitse de Duitsen de Duitsen de Duitsen
Genitief
(verouder)
des, 's Duitsen der Duitse des, 's Duitsen der Duitsen der Duitsen der Duitsen
Datief
(verouder)
den Duitse der Duitse den,
het, 't
Duitse den Duitsen den Duitsen den Duitsen
Akkusatief
(verouder)
den Duitse de Duitse het, 't Duitse de Duitsen de Duitsen de Duitsen