Afrikaans (verbuiging)

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)[wysig]

Open book 01.png Byvoeglike naamwoord[wysig]

Hierdie tabelle verteenwoordig die grammatika wat voor 1947 amptelik in die Nederlandse skryftaal verplig was, hoewel dit in die spreektaal reeds lank nie meer gebruiklik was nie. Die meeste verboë vorme word vandag net nog in sommige idiome aangetref, maar in boeke van voor 1947 was dit gebruiklik.

Stellende trap[wysig]

Sterk verbuiging (sonder lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
Afrikaans Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
Genitief
(verouder)
Afrikaansen Afrikaanse Afrikaansen Afrikaanser Afrikaanser Afrikaanser
Datief
(verouder)
Afrikaansen Afrikaanse Afrikaans Afrikaansen Afrikaansen Afrikaansen
Akkusatief
(verouder)
Afrikaansen Afrikaanse Afrikaans Afrikaanse Afrikaanse Afrikaanse



Swak verbuiging (met bepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de

(Vlaams:)
den
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
de

(Vlaams:)
den
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
het, 't Afrikaanse,
Afrikaans

(Vlaams:)
Afrikaans
de

(Vlaams:)
den
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
de

(Vlaams:)
den
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
de

(Vlaams:)
den
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
Genitief
(verouder)
des, 's Afrikaansen der Afrikaanse des, 's Afrikaansen der Afrikaanse der Afrikaanse der Afrikaanse
Datief
(verouder)
den Afrikaansen der Afrikaanse den,
het, 't
Afrikaanse den Afrikaansen den Afrikaansen den Afrikaansen
Akkusatief
(verouder)
den Afrikaansen de Afrikaanse het, 't Afrikaanse de Afrikaanse de Afrikaanse de Afrikaanse



Gemengde verbuiging (met onbepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief een, 'n Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
een, 'n
(verouder:) ene, 'ne
Afrikaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Afrikaansen
een, 'n Afrikaans
Genitief
(verouder)
eens, 'ns Afrikaansen ener Afrikaanse eens, 'ns Afrikaansen
Datief
(verouder)
enen, 'nen Afrikaansen ener Afrikaanse enen, 'nen
een, 'n
Afrikaans
Akkusatief
(verouder)
enen, 'nen Afrikaansen ene, 'ne Afrikaanse een, 'n Afrikaans



Gesubstantiveerde verbuiging[wysig]

Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de

(Vlaams:)
den
Afrikaanse de

(Vlaams:)
den
Afrikaanse het, 't Afrikaanse de

(Vlaams:)
den
Afrikaansen de

(Vlaams:)
den
Afrikaansen de

(Vlaams:)
den
Afrikaansen
Genitief
(verouder)
des, 's Afrikaansen der Afrikaanse des, 's Afrikaansen der Afrikaansen der Afrikaansen der Afrikaansen
Datief
(verouder)
den Afrikaanse der Afrikaanse den,
het, 't
Afrikaanse den Afrikaansen den Afrikaansen den Afrikaansen
Akkusatief
(verouder)
den Afrikaanse de Afrikaanse het, 't Afrikaanse de Afrikaansen de Afrikaansen de Afrikaansen