jong (verbuiging)

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)[wysig]

Open book 01.png Byvoeglike naamwoord[wysig]

Hierdie tabelle verteenwoordig die grammatika wat voor 1947 amptelik in die Nederlandse skryftaal verplig was, hoewel dit in die spreektaal reeds lank nie meer gebruiklik was nie. Die meeste verboë vorme word vandag net nog in sommige idiome aangetref, maar in boeke van voor 1947 was dit gebruiklik.

Stellende trap[wysig]

Sterk verbuiging (sonder lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jong jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
Genitief jongen jonge jongen jonger jonger jonger
Datief jongen jonge jong jongen jongen jongen
Akkusatief jongen jonge jong jonge jonge jonge



Swak verbuiging (met bepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
de jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
het, 't jonge

(Vlaams:)
jong
de jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
de jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
de jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
Genitief
(verouder)
des, 's jongen der jonge des, 's jongen der jonge der jonge der jonge
Datief
(verouder)
den jongen der jonge den,
het, 't
jonge den jongen den jongen den jongen
Akkusatief
(verouder)
den jongen de jonge het, 't jonge de jonge de jonge de jonge



Gemengde verbuiging (met onbepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief een, 'n jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
een, 'n
(verouder:) ene, 'ne
jonge

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
een, 'n jong
Genitief
(verouder)
eens, 'ns jongen ener jonge eens, 'ns jongen
Datief
(verouder)
enen, 'nen jongen ener jonge enen, 'nen
een, 'n
jong
Akkusatief
(verouder)
enen, 'nen jongen ene, 'ne jonge een, 'n jong




Vergrotende trap[wysig]

Sterk verbuiging (sonder lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jonger jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
Genitief jongeren jongere jongeren jongerer jongerer jongerer
Datief jongeren jongere jonger jongeren jongeren jongeren
Akkusatief jongeren jongere jonger jongere jongere jongere



Swak verbuiging (met bepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongeren
de jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongeren
het, 't jongere

(Vlaams:)
jonger
de jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongeren
de jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongeren
de jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongeren
Genitief
(verouder)
des, 's jongeren der jongere des, 's jongeren der jongere der jongere der jongere
Datief
(verouder)
den jongeren der jongere den,
het, 't
jongere den jongeren den jongeren den jongeren
Akkusatief
(verouder)
den jongeren de jongere het, 't jongere de jongere de jongere de jongere



Gemengde verbuiging (met onbepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief een, 'n jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongeren
een, 'n
(verouder:) ene, 'ne
jongere

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongeren
een, 'n jonger
Genitief
(verouder)
eens, 'ns jongeren ener jongere eens, 'ns jongeren
Datief
(verouder)
enen, 'nen jongeren ener jongere enen, 'nen
een, 'n
jonger
Akkusatief
(verouder)
enen, 'nen jongeren ene, 'ne jongere een, 'n jonger




Oortreffende trap[wysig]

Sterk verbuiging (sonder lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jongst jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongen
Genitief jongsten jongste jongsten jongster jongster jongster
Datief jongsten jongste jongst jongsten jongsten jongsten
Akkusatief jongsten jongste jongst jongste jongste jongste



Swak verbuiging (met bepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongsten
de jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongsten
het, 't jongste

(Vlaams:)
jongst
de jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongsten
de jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongsten
de jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongsten
Genitief
(verouder)
des, 's jongsten der jongste des, 's jongsten der jongste der jongste der jongste
Datief
(verouder)
den jongsten der jongste den,
het, 't
jongste den jongsten den jongsten den jongsten
Akkusatief
(verouder)
den jongsten de jongste het, 't jongste de jongste de jongste de jongste



Gemengde verbuiging (met onbepaalde lidwoord)[wysig]
Enkelvoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief een, 'n jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongsten
een, 'n
(verouder:) ene, 'ne
jongste

(Vlaams voor klinkers en "h":)
jongsten
een, 'n jongst
Genitief
(verouder)
eens, 'ns jongsten ener jongste eens, 'ns jongsten
Datief
(verouder)
enen, 'nen jongsten ener jongste enen, 'nen
een, 'n
jongst
Akkusatief
(verouder)
enen, 'nen jongsten ene, 'ne jongste een, 'n jongst




Gesubstantiveerde verbuiging[wysig]

Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de jonge de jonge het, 't jonge de jongen de jongen de jongen
Genitief
(verouder)
des, 's jongen der jonge des, 's jongen der jongen der jongen der jongen
Datief
(verouder)
den jonge der jonge den,
het, 't
jonge den jongen den jongen den jongen
Akkusatief
(verouder)
den jonge de jonge het, 't jonge de jongen de jongen de jongen