verleden deelwoord

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Spring na: navigasie, soek

Nederlands (nl)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Nominatief   verleden deelwoord     verleden deelwoorden  
Genitief
(verouder)
  verleden deelwoords     verleden deelwoorden  
  verleden deelwoord(e)     verleden deelwoorden  
Akkusatief
(verouder)
  verleden deelwoord     verleden deelwoorden  
Verkleinwoord        

Open book 01.png Selfstandige naamwoordgroep

Onsydig


Nuvola apps edu languages.png Uitspraak:

Nederlands: [v̊ərˈleːdə ˈdeːlʋoːrt, v̊ərˈleɪ̯də ˈdeɪ̯lʋoʊ̯rt], meervoud: [v̊ərˈleːdə ˈdeːlʋoːrdə(n), v̊ərˈleɪ̯də ˈdeɪ̯lʋoʊ̯rdə(n)]
Belgies: [v̊əʀˈleːdə ˈdeːlβoə̯ʀt], meervoud: [v̊əʀˈleːdə ˈdeːlβoə̯ʀdə(n)]


Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse:

Verlede deelwoord