hebben

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Spring na: navigasie, soek

Nederlands (nl)

Open book 01.png Selfstandige werkwoord

Tydvorm Persoon Woordvorm
Onvoltooid teenwoordige Tyd ik heb
jij
(Vlaams:) gij
hebt
hij, zij, het heeft
Onvoltooid verlede Tyd ik had
Voltooid teenwoordige Tyd ik heb gehad
Verlede Deelwoord   gehad
Gebiedende Wys   heb!
Hulpwerkwoord   hebben
Verdere vervoegings: hebben (vervoeging)




Nuvola apps edu languages.png Uitspraak:

IPA: onbepaalde wys: [ˈɦɛbən, ˈɦɛbə]; presens: 1. persoon enkelvoud: [ɦɛp], 2. persoon enkelvoud: [ɦɛpt], 3. persoon enkelvoud: [ɦeːft]; onvoltooid verlede tyd: [ɦɑt]; verlede deelwoord: [γ̊əˈɦɑt]; gebiedende wys: [ɦɛp]


Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse:

.



Gnome-globe.svg Vertalings

Afrikaans: (af)
Duits: haben (de)
Engels: have (en)
Sweeds: ha (sv)
Yslands: hafa (is)