vergeten (vervoeging)

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)

Ergatief
Vervoeging van die bedrywende vorm van vergeten
Onbepaalde wys Kort Lank
Onvoltooid Teenwoordig vergeten te vergeten
Toekomend zullen vergeten te zullen vergeten
Voltooid Teenwoordig zijn vergeten te zijn vergeten
Toekomend vergeten zullen zijn vergeten te zullen zijn
Gebiedende wys Aanvoegende wys Onvoltooide deelwoord Voltooide deelwoord
ev.
vergeet
mv. verouderd
vergeet
vergete vergetend vergeten
Aantonende wys enkelvoud meervoud
Onvoltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij, ge hij, zij, het wij, we jullie zij, ze
Teenwoordige tyd (o.t.t.) vergeet vergeet vergeet vergeet vergeet vergeten vergeten vergeten
Verlede tyd (o.v.t.) vergat vergat vergat vergaat vergat vergaten vergaten vergaten
Toekomende tyd (o.t.t.t.) zal vergeten zult/zal vergeten zult/zal vergeten zult vergeten zal vergeten zullen vergeten zullen vergeten zullen vergeten
Voorwaardelik (o.v.t.t.) zou vergeten zou vergeten zou(dt) vergeten zoudt vergeten zou vergeten zouden vergeten zouden vergeten zouden vergeten
Voltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
teenwoordig (v.t.t.) ben vergeten bent vergeten bent/is vergeten zijt vergeten is vergeten zijn vergeten zijn vergeten zijn vergeten
verlede (v.v.t.) was vergeten was vergeten was vergeten waart vergeten was vergeten waren vergeten waren vergeten waren vergeten
toekomend (v.t.t.t.) zal vergeten zijn zal/zult vergeten zijn zult/zal vergeten zijn zult vergeten zijn zal vergeten zijn zullen vergeten zijn zullen vergeten zijn zullen vergeten zijn
voorwaardelik (v.v.t.t.) zou vergeten zijn zou vergeten zijn zou/zoudt vergeten zijn zoudt vergeten zijn zou vergeten zijn zouden vergeten zijn zouden vergeten zijn zouden vergeten zijn


Oorganklik
Vervoeging van die bedrywende vorm van vergeten
Onbepaalde wys Kort Lank
Onvoltooid Teenwoordig vergeten te vergeten
Toekomend zullen vergeten te zullen vergeten
Voltooid Teenwoordig hebben vergeten te hebben vergeten
Toekomend vergeten zullen hebben vergeten te zullen hebben
Gebiedende wys Aanvoegende wys Onvoltooide deelwoord Voltooide deelwoord
ev.
vergeet
mv. verouderd
vergeet
vergete vergetend vergeten
Aantonende wys enkelvoud meervoud
Onvoltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij, ge hij, zij, het wij, we jullie zij, ze
Teenwoordige tyd (o.t.t.) vergeet vergeet vergeet vergeet vergeet vergeten vergeten vergeten
Verlede tyd (o.v.t.) vergat vergat vergat vergaat vergat vergaten vergaten vergaten
Toekomende tyd (o.t.t.t.) zal vergeten zult/zal vergeten zult/zal vergeten zult vergeten zal vergeten zullen vergeten zullen vergeten zullen vergeten
Voorwaardelik (o.v.t.t.) zou vergeten zou vergeten zou(dt) vergeten zoudt vergeten zou vergeten zouden vergeten zouden vergeten zouden vergeten
Voltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
teenwoordig (v.t.t.) heb vergeten hebt vergeten hebt/heeft vergeten hebt vergeten heeft vergeten hebben vergeten hebben vergeten hebben vergeten
verlede (v.v.t.) had vergeten had vergeten had vergeten hadt vergeten had vergeten hadden vergeten hadden vergeten hadden vergeten
toekomend (v.t.t.t.) zal vergeten hebben zal/zult vergeten hebben zult/zal vergeten hebben zult vergeten hebben zal vergeten hebben zullen vergeten hebben zullen vergeten hebben zullen vergeten hebben
voorwaardelik (v.v.t.t.) zou vergeten hebben zou vergeten hebben zou/zoudt vergeten hebben zoudt vergeten hebben zou vergeten hebben zouden vergeten hebben zouden vergeten hebben zouden vergeten hebben
Onpersoonlijke lydende vorm vergeten worden
Onvoltooid Voltooid
Teenwoordige tyd er wordt vergeten er is vergeten
Verlede tyd er werd vergeten er was vergeten
Toekomende tyd er zal vergeten worden er zal vergeten zijn
Voorwaardelik er zou vergeten worden er zou vergeten zijn
Lydende vorm vergeten worden
Onbepaalde wys kort lank
Onvoltooid Teenwoordig vergeten worden vergeten te worden
Toekomend vergeten zullen worden vergeten te zullen worden
Voltooid Teenwoordig vergeten zijn vergeten te zijn
Toekomend vergeten zullen zijn vergeten te zullen zijn
Enkelvoud Meervoud
Onvoltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
Teenwoordig (o.t.t.) wordt vergeten worden vergeten
Verlede (o.v.t.) werd vergeten werden vergeten
Toekomend (o.t.t.t.) zal vergeten worden zullen vergeten worden
Voorwaardelik (o.v.t.t.) zou vergeten worden zouden vergeten worden
Voltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
Teenwoordig (v.t.t.) is vergeten zijn vergeten
Verlede (v.v.t.) was vergeten waren vergeten
Toekomend (v.t.t.t.) zal vergeten zijn zullen vergeten zijn
Voorwaardelik (v.v.t.t.) zou vergeten zijn zouden vergeten zijn