Gaan na inhoud

hij

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Hulp:IPA: [ɦɛɪ̯]
   
(lêer)
Enkelvoud 1ste 2de
vertroulik
2de
beleef
2de
Vlaams
3de m 3de v 3de o
Onderwerp ik 'k jij je u gij ge hij ie zij ze het 't
Voorwerp mij me jou je u u hem 'm haar ze, d'r, 'r het 't
Meervoud 1ste 2de
vertroulik
2de
beleef
2de
Vlaams
3. persoon
Onderwerp wij we jullie u gij ge zij ze
Voorwerp ons jullie u u hun, hen ze
Hy, persoonlike voornaamwoord van die derde persoon enkelvoud manlik in die onderwerpsvorm.
«Hij heeft ons niet gezien.»
Hy het ons nie gesien nie.

    Eienskappe

Die onbeklemtoonde vorm is ie.

    Homofone

hei