verkrijgen (vervoeging)

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)

Vervoeging van die bedrywende vorm van verkrijgen
Onbepaalde wys Kort Lank
Onvoltooid Teenwoordig verkrijgen te verkrijgen
Toekomend zullen verkrijgen te zullen verkrijgen
Voltooid Teenwoordig hebben verkregen te hebben verkregen
Toekomend verkregen zullen hebben verkregen te zullen hebben
Gebiedende wys Aanvoegende wys Onvoltooide deelwoord Voltooide deelwoord
ev.
verkrijg
mv. verouderd
verkrijgt
verkrijge verkrijgend verkregen
Aantonende wys enkelvoud meervoud
Onvoltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij, ge hij, zij, het wij, we jullie zij, ze
Teenwoordige tyd (o.t.t.) verkrijg verkrijgt verkrijgt verkrijgt verkrijgt verkrijgen verkrijgen verkrijgen
Verlede tyd (o.v.t.) verkreeg verkreeg verkreeg verkreegt verkreeg verkregen verkregen verkregen
Toekomende tyd (o.t.t.t.) zal verkrijgen zult/zal verkrijgen zult/zal verkrijgen zult verkrijgen zal verkrijgen zullen verkrijgen zullen verkrijgen zullen verkrijgen
Voorwaardelik (o.v.t.t.) zou verkrijgen zou verkrijgen zou(dt) verkrijgen zoudt verkrijgen zou verkrijgen zouden verkrijgen zouden verkrijgen zouden verkrijgen
Voltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
teenwoordig (v.t.t.) heb verkregen hebt verkregen hebt/heeft verkregen hebt verkregen heeft verkregen hebben verkregen hebben verkregen hebben verkregen
verlede (v.v.t.) had verkregen had verkregen had verkregen hadt verkregen had verkregen hadden verkregen hadden verkregen hadden verkregen
toekomend (v.t.t.t.) zal verkregen hebben zal/zult verkregen hebben zult/zal verkregen hebben zult verkregen hebben zal verkregen hebben zullen verkregen hebben zullen verkregen hebben zullen verkregen hebben
voorwaardelik (v.v.t.t.) zou verkregen hebben zou verkregen hebben zou/zoudt verkregen hebben zoudt verkregen hebben zou verkregen hebben zouden verkregen hebben zouden verkregen hebben zouden verkregen hebben
Onpersoonlijke lydende vorm verkregen worden
Onvoltooid Voltooid
Teenwoordige tyd er wordt verkregen er is verkregen
Verlede tyd er werd verkregen er was verkregen
Toekomende tyd er zal verkregen worden er zal verkregen zijn
Voorwaardelik er zou verkregen worden er zou verkregen zijn
Lydende vorm verkregen worden
Onbepaalde wys kort lank
Onvoltooid Teenwoordig verkregen worden verkregen te worden
Toekomend verkregen zullen worden verkregen te zullen worden
Voltooid Teenwoordig verkregen zijn verkregen te zijn
Toekomend verkregen zullen zijn verkregen te zullen zijn
Enkelvoud Meervoud
Onvoltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
Teenwoordig (o.t.t.) wordt verkregen worden verkregen
Verlede (o.v.t.) werd verkregen werden verkregen
Toekomend (o.t.t.t.) zal verkregen worden zullen verkregen worden
Voorwaardelik (o.v.t.t.) zou verkregen worden zouden verkregen worden
Voltooid eerste tweede derde eerste tweede derde
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
Teenwoordig (v.t.t.) is verkregen zijn verkregen
Verlede (v.v.t.) was verkregen waren verkregen
Toekomend (v.t.t.t.) zal verkregen zijn zullen verkregen zijn
Voorwaardelik (v.v.t.t.) zou verkregen zijn zouden verkregen zijn