Gaan na inhoud

zwijgen (vervoeging)

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Vervoeging van die bedrywende vorm van zwijgen
Onbepaalde wys Kort Lank
Onvoltooid Teenwoordig zwijgen te zwijgen
Toekomend zullen zwijgen te zullen zwijgen
Voltooid Teenwoordig hebben gezwegen te hebben gezwegen
Toekomend gezwegen zullen hebben gezwegen te zullen hebben
Gebiedende wysAanvoegende wysOnvoltooide deelwoordVoltooide deelwoord
ev.
zwijg
mv. verouderd
zwijgt
zwijgezwijgendgezwegen
Aantonende wysenkelvoudmeervoud
Onvoltooideerstetweedederdeeerstetweedederde
ikjij, jeugij, gehij, zij, hetwij, wejulliezij, ze
Teenwoordige tyd (o.t.t.)zwijgzwijgtzwijgtzwijgtzwijgtzwijgenzwijgenzwijgen
Verlede tyd (o.v.t.)zweegzweegzweegzweegtzweegzwegenzwegenzwegen
Toekomende tyd (o.t.t.t.)zal zwijgenzult/zal zwijgenzult/zal zwijgenzult zwijgenzal zwijgenzullen zwijgenzullen zwijgenzullen zwijgen
Voorwaardelik (o.v.t.t.)zou zwijgenzou zwijgenzou(dt) zwijgenzoudt zwijgenzou zwijgenzouden zwijgenzouden zwijgenzouden zwijgen
Voltooideerstetweedederdeeerstetweedederde
ikjij, jeugijhij, zij, hetwijjulliezij
teenwoordig (v.t.t.)heb gezwegenhebt gezwegenhebt/heeft gezwegenhebt gezwegenheeft gezwegenhebben gezwegenhebben gezwegenhebben gezwegen
verlede (v.v.t.)had gezwegenhad gezwegenhad gezwegenhadt gezwegenhad gezwegenhadden gezwegenhadden gezwegenhadden gezwegen
toekomend (v.t.t.t.)zal gezwegen hebbenzal/zult gezwegen hebbenzult/zal gezwegen hebbenzult gezwegen hebbenzal gezwegen hebbenzullen gezwegen hebbenzullen gezwegen hebbenzullen gezwegen hebben
voorwaardelik (v.v.t.t.)zou gezwegen hebbenzou gezwegen hebbenzou/zoudt gezwegen hebbenzoudt gezwegen hebbenzou gezwegen hebbenzouden gezwegen hebbenzouden gezwegen hebbenzouden gezwegen hebben
Onpersoonlijke lydende vorm gezwegen worden
OnvoltooidVoltooid
Teenwoordige tyder wordt gezwegener is gezwegen
Verlede tyder werd gezwegener was gezwegen
Toekomende tyder zal gezwegen wordener zal gezwegen zijn
Voorwaardeliker zou gezwegen wordener zou gezwegen zijn