Gaan na inhoud

Gaascht

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Naamval Enkelvoud
(sonder lidwoord) (met onbepaalde
lidwoord)
(met bepaalde
lidwoord)
Nominatief   Gaascht  e Gaascht  de Gaascht  
Datief   Gaascht  engem Gaascht  dem Gaascht  
Akkusatief   Gaascht  e Gaascht  de Gaascht  
Naamval Meervoud
(sonder lidwoord) (met bepaalde lidwoord)
Nominatief   Gäscht    d'Gäscht  
Datief   Gäscht    de Gäscht  
Akkusatief   Gäscht    d'Gäscht  
IPA:
nominatief: [gaːʃt], onbepaald: [əˈgaːʃt], bepaald: [dəˈgaːʃt]; meervoud: [gɛʃt], bepaald: [ˈdgɛʃt]
datief: [gaːʃt], onbepaald: [ɛŋəmˈgaːʃt], bepaald: [dəmˈgaːʃt]; meervoud: [gɛʃt], bepaald: [dəˈgɛʃt]
Kuiergas