Gaan na inhoud

praten (vervoeging)

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Vervoeging van die bedrywende vorm van praten
Onbepaalde wys Kort Lank
Onvoltooid Teenwoordig praten te praten
Toekomend zullen praten te zullen praten
Voltooid Teenwoordig hebben gepraat te hebben gepraat
Toekomend gepraat zullen hebben gepraat te zullen hebben
Gebiedende wysAanvoegende wysOnvoltooide deelwoordVoltooide deelwoord
ev.
praat
mv. verouderd
praat
pratepratendgepraat
Aantonende wysenkelvoudmeervoud
Onvoltooideerstetweedederdeeerstetweedederde
ikjij, jeugij, gehij, zij, hetwij, wejulliezij, ze
Teenwoordige tyd (o.t.t.)praatpraatpraatpraatpraatpratenpratenpraten
Verlede tyd (o.v.t.)praattepraattepraattepraattepraattepraattenpraattenpraatten
Toekomende tyd (o.t.t.t.)zal pratenzult/zal pratenzult/zal pratenzult pratenzal pratenzullen pratenzullen pratenzullen praten
Voorwaardelik (o.v.t.t.)zou pratenzou pratenzou(dt) pratenzoudt pratenzou pratenzouden pratenzouden pratenzouden praten
Voltooideerstetweedederdeeerstetweedederde
ikjij, jeugijhij, zij, hetwijjulliezij
teenwoordig (v.t.t.)heb gepraathebt gepraathebt/heeft gepraathebt gepraatheeft gepraathebben gepraathebben gepraathebben gepraat
verlede (v.v.t.)had gepraathad gepraathad gepraathadt gepraathad gepraathadden gepraathadden gepraathadden gepraat
toekomend (v.t.t.t.)zal gepraat hebbenzal/zult gepraat hebbenzult/zal gepraat hebbenzult gepraat hebbenzal gepraat hebbenzullen gepraat hebbenzullen gepraat hebbenzullen gepraat hebben
voorwaardelik (v.v.t.t.)zou gepraat hebbenzou gepraat hebbenzou/zoudt gepraat hebbenzoudt gepraat hebbenzou gepraat hebbenzouden gepraat hebbenzouden gepraat hebbenzouden gepraat hebben
Onpersoonlijke lydende vorm gepraat worden
OnvoltooidVoltooid
Teenwoordige tyder wordt gepraater is gepraat
Verlede tyder werd gepraater was gepraat
Toekomende tyder zal gepraat wordener zal gepraat zijn
Voorwaardeliker zou gepraat wordener zou gepraat zijn