Gaan na inhoud

босниец

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.

Russies (ru)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Nominatief босниец
bosnijec
боснийцы
bosnijcy
Genitief боснийца
bosnijca
боснийцев
bosnijcev
Datief боснийцу
bosnijcu
боснийцам
bosnijcam
Akkusatief боснийца
bosnijca
боснийцы
bosnijcy
Instrumentaal боснийцем
bosnijcem
боснийцами
bosnijcami
Prepositief боснийце
bosnijce
боснийцах
bosnijcach

Manlik

Uitspraak

IPA:
[bʌsˈnʲijɪʦ], genitief: [bʌsˈnʲijʦə], datief: [bʌsˈnʲijʦu], instrumentaal: [bʌsˈnʲijʦɨm], prepositief: [bʌsˈnʲijʦʲɛ]; meervoud: [bʌsˈnʲijʦɨ], genitief: [bʌsˈnʲijʦɨf], datief: [bʌsˈnʲijʦəm], instrumentaal: [bʌsˈnʲijʦəmʲi], prepositief: [bʌsˈnʲijʦəx]

Transliterasie

Slavistiek: bosnijec, meervoud: bosnijcy
ISO 9: bosniec, meervoud: bosnijci
Library of Congress: bosniet̑s meervoud: bosniĭt̑sy
GOST: bosniec, meervoud: bosnijcy

Transkripsie

bosnijets, meervoud: bosnijtsi

Spelling tot 1918

босніецъ, genitief: боснійца, datief: боснійцу, akkusatief: боснійца, instrumentaal: боснійцемъ, prepositief: боснійцѣ; meervoud: боснійцы, genitief: боснійцевъ, datief: боснійцамъ, akkusatief: боснійцы, instrumentaal: боснійцами, prepositief: боснійцахъ

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

Bosniër

    Sinonieme

босняк