Gaan na inhoud

Lamm

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Naamval Enkelvoud Meervoud
Nominatief Lamm o Lämmer
Genitief Lamm(e)s Lämmer
Datief Lamm(e) Lämmern
Akkusatief Lamm Lämmer
, meervoud:
IPA:
Standaardtaal tot 1957: [lam], meervoud: [ˈlɛmər]
Noord-Duitse en Middelduitse standaardtaal sedert 1957: [lam], meervoud: [ˈlɛmɐ]
Suid-Duitse en Oostenrykse standaardtaal sedert 1957: [lam], meervoud: [ˈlemɐ]
Switserduitse standaardtaal: [lam], meervoud: [ˈlɛmər]
Lam


Naamval Enkelvoud
(sonder lidwoord) (met onbepaalde
lidwoord)
(met bepaalde
lidwoord)
Nominatief   Lamm o   e Lamm o   d'Lamm o  
Datief   Lamm o   engem Lamm o   dem Lamm o  
Akkusatief   Lamm o   e Lamm o   d'Lamm o  
Naamval Meervoud
(sonder lidwoord) (met bepaalde lidwoord)
Nominatief   Lämmer     d'Lämmer  
Datief   Lämmer     de Lämmer  
Akkusatief   Lämmer     d'Lämmer  
IPA:
nominatief: [lɑm], onbepaald: [əˈlɑm], bepaald: [dlɑm]; meervoud: [ˈlɛmɐ], bepaald: [ˈdlɛmɐ]
datief: [lɑm], onbepaald: [ɛŋəmˈlɑm], bepaald: [dəmˈlɑm]; meervoud: [ˈlɛmɐ], bepaald: [dəˈlɛmɐ]
Lam