blijk

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)

Enkelvoud Meervoud
Naamwoord blijk m/o blijken 
Verkleinwoord blijkje blijkje

Nuvola apps edu languages.png Uitspraak

Hulp:IPA: [blɛɪ̭k]
  Nuvola apps amarok.png 
(lêer)

Open book 01.png Selfstandige naamwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

Blyk

Open book 01.png Werkwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

  1. eerste persoon enkelvoud teenwoordige tyd van blijken
  2. (by inversie) tweede persoon enkelvoud teenwoordige tyd van blijken

   Emojione 1F4DA.svg Voorbeeldsinne

1.: Ik blijk.
2.: Blijk je?