zaaien

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)

Stamtye
zaaien zaaide gezaaid  
Tydvorme
Persoon Teenwoordige Tyd Verlede Tyd
ik zaai zaaide
jij, u zaait
hij, zij, het zaait
wij, jullie, zij zaaien zaaiden
Gebiedende Wys Voltooide deelwoord Onvoltooide deelwoord
zaai gezaaid zaaiend
 

Nuvola apps edu languages.png Uitspraak

Hulp:IPA: [ˈza.jə(n)]
  Nuvola apps amarok.png 
(lêer)

OCR-A char Hyphen-Minus.svg Woordafbreking

zaai•en

Open book 01.png Werkwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

Saai

   Nuvola apps kfig.svg Eienskappe

Oorganklike werkwoord.
Hulpwerkwoorde Bedrywend Lydend
Onvoltooid worden
Voltooid hebben zijn

Die voltooide deelwoord kan attributief gebruik word.
Swakke werkwoord met agtervoegsel -de.