Gaan na inhoud

zaaien

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.

Nederlands (nl)

Stamtye
zaaien zaaide gezaaid  
Tydvorme
Persoon Teenwoordige Tyd Verlede Tyd
ik zaai zaaide
jij, u zaait
hij, zij, het zaait
wij, jullie, zij zaaien zaaiden
Gebiedende Wys Voltooide deelwoord Onvoltooide deelwoord
zaai gezaaid zaaiend
 

Uitspraak

Hulp:IPA: [ˈza.jə(n)]
   
(lêer)

Woordafbreking

zaai•en

Werkwoord

    Betekenisse

Saai

    Eienskappe

Oorganklike werkwoord.
Hulpwerkwoorde Bedrywend Lydend
Onvoltooid worden
Voltooid hebben zijn

Die voltooide deelwoord kan attributief gebruik word.
Swakke werkwoord met agtervoegsel -de.