Gaan na inhoud

език

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.

Bulgaars (bg)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Sonder lidwoord Met lidwoord Sonder lidwoord Met lidwoord
Nominatief език
ezik
езикът
ezikăt
езици
ezici
езиците
ezicite
Datief на език
na ezik
(verouder:)
езику
eziku
на езика
na ezika
(verouder:)
езику
eziku
на езици
na ezici
на езиците
na ezicite
Akkusatief език
ezik
езика
ezika
езици
ezici
езиците
ezicite
Vokatief език
ezik
езици
ezici
Telvorm езика
ezika

Manlik

Uitspraak

IPA:
onbepaald: nominatief: [ɛˈzik]; datief: [nɐɛˈzik], (verouder:) [ɛˈziku]; meervoud: nominatief: [ɛˈziʦi], datief: [nɐɛˈziʦi], telvorm: [ɛˈzikɐ]
bepaald: nominatief: [ɛˈzikət]; datief: [nɐɛˈzikɐ], (verouder:) [ɛˈziku]; akkusatief: [ɛˈzikɐ]; meervoud: nominatief: [ɛˈziʦitɛ], datief: [nɐɛˈziʦitɛ]

Transliterasie

Slavistiek: ezik, meervoud: ezici
ISO 9: ezik, meervoud: ezici
Library of Congress: ezik, meervoud: ezi͡tsi

Transkripsie

jezik, meervoud: jezitsi

Spelling tot die 1850's

onbepaald: nominatief: ꙗ̑зы́къ; datief: на-ꙗ̑зы́къ, (verouder:) ꙗ̑зы́кȣ; akkusatief: ꙗ̑зы́къ; vokatief: ꙗ̑зы́къ; meervoud: nominatief: ꙗ̑зы́цы, datief: на-ꙗ̑зы́цы, akkusatief: ꙗ̑зы́цы, vokatief: ꙗ̑зы́цы, telvorm: ꙗ̑зы́ка
bepaald: nominatief: ꙗ̑зы́катъ; datief: на-ꙗ̑зы́ка, (verouder:) ꙗ̑зы́кȣ; akkusatief: ꙗ̑зы́ка; meervoud: nominatief: ꙗ̑зы́цы те; datief: на-ꙗ̑зы́цы те; akkusatief: ꙗ̑зы́цы те

Spelling tot 1878

onbepaald: nominatief: ѩзыкъ; datief: на ѩзыкъ, (verouder:) ѩзыку; akkusatief: ѩзыкъ; vokatief: ѩзыкъ; meervoud: nominatief: ѩзыци, datief: на ѩзыцы, akkusatief: ѩзыцы, vokatief: ѩзыци, telvorm: ѩзыка
bepaald: nominatief: ѩзыкъ-тъ, ѩзыкѫтъ; datief: на ѩзыка, (verouder:) ѩзыку; akkusatief: ѩзыка; meervoud: nominatief: ѩзыци-ти, ѩзыци-тѣ, ѩзыци-те; datief: на ѩзыцы-ти, на ѩзыцы-тѣ, на ѩзыцы-те; akkusatief: ѩзыцы-ти, ѩзыцы-тѣ, ѩзыцы-те

Spelling tot 1945

onbepaald: nominatief: езикъ; datief: на езикъ, (verouder:) езику; akkusatief: езикъ; vokatief: езикъ; meervoud: nominatief: езици, datief: на езици, akkusatief: езици, vokatief: езици, telvorm: езика
bepaald: nominatief: езикътъ; datief: на езика, (verouder:) езику; akkusatief: езика; meervoud: nominatief: езицитѣ, datief: на езицитѣ, akkusatief: езицитѣ

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

  1. Tong
  2. Taal