Gaan na inhoud

мъж

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.

Bulgaars (bg)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Sonder lidwoord Met lidwoord Sonder lidwoord Met lidwoord
Nominatief мъж
măž
мъжът
măžăt
мъже
măže
мъжете
măžete
Datief на мъж
na măž
(verouder:)
мъжу
măžu
на мъжа
na măža
(verouder:)
мъжу
măžu
на мъже
na măže
на мъжете
na măžete
Akkusatief мъж
măž
(verouder:)
мъжа
măža
мъжа
măža
мъже
măže
мъжете
măžete
Vokatief мъжо
măžo
мъже
măže
Telvorm
 

Manlik

Uitspraak

IPA:
onbepaald: nominatief: [məʃ]; datief: [nɐˈməʃ], (verouder:) [ˈməʒu]; akkusatief: [məʃ], (verouder:) [məˈʒə]; vokatief: [ˈməʒo]; meervoud: nominatief: [məˈʒɛ], datief: [nɐməˈʒɛ]
bepaald: nominatief: [ˈməʒət]; datief: [nɐməˈʒa], (verouder:) [ˈməʒu]; akkusatief: [məˈʒə]; meervoud: nominatief: [məˈʒɛtɛ], datief: [nɐməˈʒɛtɛ]

Transliterasie

Slavistiek: măž, meervoud: măže
ISO 9: m´´ž, meervoud: m´´že
Library of Congress: mŭzh, meervoud: mŭzhe

Transkripsie

mëzj, meervoud: mëzje

Spelling tot die 1850's

onbepaald: nominatief: мѫ́жъ; datief: на-мѫ́жъ, (verouder:) мѫ́жу; akkusatief: мѫ́жъ, (verouder:) мѫжа̀; vokatief: мѫ́жо; meervoud: nominatief: мѫжѐ; datief: на-мѫжѐ, akkusatief: мѫжѐ, vokatief: мѫжѐ
bepaald: nominatief: мѫ́жатъ; datief: на-мѫ́жа, (verouder:) мѫ́жу; akkusatief: мѫжа̀; meervoud: nominatief: мѫжѐ те; datief: на-мѫжѐ те; akkusatief: мѫжѐ те

Spelling tot 1878

onbepaald: nominatief: мѫжъ; datief: на мѫжъ, (verouder:) мѫжу; akkusatief: мѫжъ, (verouder:) мѫжѩ, мѫжа; vokatief: мѫжо; meervoud: nominatief: мѫже; datief: на мѫже, akkusatief: мѫже, vokatief: мѫже
bepaald: nominatief: мѫжъ-тъ, мѫжѫтъ; datief: на мѫжѩ, на мѫжа, (verouder:) мѫжу; akkusatief: мѫжа; meervoud: nominatief: мѫже-ти, мѫже-тѣ, мѫже-те; datief: на мѫже-ти, на мѫже-тѣ, на мѫже-те; akkusatief: мѫже-ти, мѫже-тѣ, мѫже-те

Spelling tot 1945

onbepaald: nominatief: мѫжъ; datief: на мѫжъ, (verouder:) мѫжу; akkusatief: мѫжъ, (verouder:) мѫжа; vokatief: мѫжо; meervoud: nominatief: мѫже, datief: на мѫже, akkusatief: мѫже, vokatief: мѫже
bepaald: nominatief: мѫжътъ; datief: на мѫжа, (verouder:) мѫжу; akkusatief: мѫжа; meervoud: nominatief: мѫжетѣ, datief: на мѫжетѣ, akkusatief: мѫжетѣ

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

  1. Man
  2. Eggenoot

    Sinonieme

2. съпруг