glimlachen

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)

Stamtye
glimlachen glimlachte geglimlacht  
Tydvorme
Persoon Teenwoordige Tyd Verlede Tyd
ik glimlach glimlachte
jij, u glimlacht
hij, zij, het glimlacht
wij, jullie, zij glimlachen glimlachten
Gebiedende Wys Voltooide deelwoord Onvoltooide deelwoord
glimlach geglimlacht glimlachend
 

Nuvola apps edu languages.svg Uitspraak

Hulp:IPA: [ˈɣlɪm.lɑ.χə(n)]
  Nuvola apps amarok.png 
(lêer)

OCR-A char Hyphen-Minus.svg Woordafbreking

glim•la•chen

Open book 01.svg Selfstandige naamwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

Glimlag

   Emojione 1F4DA.svg Voorbeeldsinne

«Er werd even door haar geglimlacht
Sy het effens geglimlag.

   Crystal128-kig.svg Eienskappe

Inergatiewe werkwoord.
Hulpwerkwoorde Bedrywend Onpersoonlik lydend
Onvoltooid worden
Voltooid hebben zijn

Die voltooide deelwoord kan nie attributief gebruik word nie.
Swakke werkwoord met agtervoegsel -te.

Open book 01.svg Selfstandige naamwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

Meervoud van ☞ glimlach.