glimlachen

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)

Stamtye
glimlachen glimlachte geglimlacht  
Tydvorme
Persoon Teenwoordige Tyd Verlede Tyd
ik glimlach glimlachte
jij, u glimlacht
hij, zij, het glimlacht
wij, jullie, zij glimlachen glimlachten
Gebiedende Wys Voltooide deelwoord Onvoltooide deelwoord
glimlach geglimlacht glimlachend
 

Nuvola apps edu languages.png Uitspraak

Hulp:IPA: [ˈɣlɪm.lɑ.χə(n)]
  Nuvola apps amarok.png 
(lêer)

OCR-A char Hyphen-Minus.svg Woordafbreking

glim•la•chen

Open book 01.png Selfstandige naamwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

Glimlag

   Emojione 1F4DA.svg Voorbeeldsinne

«Er werd even door haar geglimlacht
Sy het effens geglimlag.

   Nuvola apps kfig.svg Eienskappe

Inergatiewe werkwoord.
Hulpwerkwoorde Bedrywend Onpersoonlik lydend
Onvoltooid worden
Voltooid hebben zijn

Die voltooide deelwoord kan nie attributief gebruik word nie.
Swakke werkwoord met agtervoegsel -te.

Open book 01.png Selfstandige naamwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

Meervoud van ☞ glimlach.