Gaan na inhoud

onsdag

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Naamval Enkelvoud Meervoud
  Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief onsdag onsdagen onsdager onsdagene  
Genitief onsdags onsdagens onsdagers onsdagenes
IPA: [ˈunsdaːg], bepaald: [ˈunsdaːgən]; meervoud: [˅unsdaːgər], bepaald: [˅unsdaːgənə]
Woensdag


Enkelvoud Meervoud
Naamval Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief onsdag onsdagen onsdage onsdagene  
Genitief onsdags onsdagens onsdages onsdagenes
IPA: [ˈo̜nˀsd̥æ], bepaald: [ˈo̜nˀsd̥ɛ̜ˑˀ(j)ən]; meervoud: [ˈo̜nˀsd̥ɛ̜ː(j)ə], bepaald: [ˈo̜nˀsd̥ɛ̜ː(j)ə]
Woensdag


Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief onsdag onsdagen onsdagar onsdagane
Genitief onsdags onsdagens onsdagars onsdaganes
IPA: [ˈunsdaːg], bepaald: [ˈunsdaːgən]; meervoud: [˅unsdaːgar], bepaald: [˅unsdaːganə]
Woensdag


Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief onsdag onsdagen onsdagar onsdagarna
Genitief onsdags onsdagens onsdagars onsdagarnas
IPA: [ˈunsta, ˈunsdɑːg], bepaald: [ˈunstan, ˈunsdɑːgən]; meervoud: [˅unsdɑːgar], bepaald: [˅unsdɑːgaɳa]
Woensdag
på onsdagarna: Woensdags, Woensdae