optellen

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Jump to navigation Jump to search

Nederlands (nl)

Stamtye
optellen telde op opgeteld  
Tydvorme
Persoon Teenwoordige Tyd Verlede Tyd
ik tel op telde op
jij, u telt op
hij, zij, het telt op
wij, jullie, zij tellen op telden op
Gebiedende Wys Voltooide deelwoord Onvoltooide deelwoord
tel op opgeteld optellend
Verdere vervoegings: optellen (vervoeging)

Nuvola apps edu languages.png Uitspraak

Hulp:IPA: [ˈɔp.tɛ.lə(n)]
  Nuvola apps amarok.png 
(lêer)

OCR-A char Hyphen-Minus.svg Woordafbreking

op•tel•len

Open book 01.png Werkwoord

   Crystal Clear app kedit.svg Betekenisse

(wiskunde) Optel; bymekaartel

   Nuvola apps kfig.svg Eienskappe

Oorganklike werkwoord.
Hulpwerkwoorde Bedrywend Lydend
Onvoltooid worden
Voltooid hebben zijn

Die voltooide deelwoord kan attributief gebruik word.
Swakke werkwoord met agtervoegsel -de.
Skeidbare werkwoord, saamgestel uit op en tellen