Gaan na inhoud

oktober

Vanuit Wiktionary, die vrye woordeboek.
Sien ook Oktober

Noors boekmaal (nb)

Naamval Enkelvoud Meervoud
  Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief oktober m oktobermåneden oktobermåneder oktobermånedene  
Genitief oktobers oktobermånedens oktobermåneders oktobermånedenes

Spelling tot 1910

october, meervoud: octobermaaneder

Uitspraak

IPA: [ɔkˈtoːbər], bepaald: [ɔk˅toːbərmoːn(ə)dən]; meervoud: [ɔk˅toːbərmoːn(ə)dər], bepaald: [ɔk˅toːbərmoːn(ə)dənə]

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

Oktober

    Sinonieme

sædemåned, slaktemåned


Deens (da)

Enkelvoud Meervoud
Naamval Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief oktober g oktobermåneden oktobermåneder oktobermånederne  
Genitief oktobers oktobermånedens oktobermåneders oktobermånedernes

Spelling tot 1948

october, meervoud: octobermaaneder

Uitspraak

IPA: [og̊ˈtoˑˀb̥ɐ], bepaald: [og̊ˈtoˑˀb̥ɐˌmo̜ːnəðən]; meervoud: [og̊ˈtoˑˀb̥ɐˌmo̜ːnəðɐ], bepaald: [og̊ˈtoˑˀb̥ɐˌmo̜ːnəðɐnə]

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

Oktober

    Sinonieme

sædemåned


Faroëes (fo)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief oktober m oktobermánaðin oktobermánaðir oktobermánaðirnir
Genitief oktober oktobermánaðarins oktobermánaða oktobermánaðanna
Datief oktober oktobermánaðinum oktobermánaðum oktobermánaðunum
Akkusatief oktober oktobermánaðin oktobermánaðir oktobermánaðirnar

Uitspraak

IPA:
onbepaald: [ɔkˈtoːbɪɹ]; meervoud: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯najɪɹ], genitief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯nava], datief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯navʊn]
bepaald: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯navʊɹɪn], genitief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯navaɹɪn̥s], datief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯najɪnʊn], akkusatief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯najɪn]; meervoud: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯najɪnɪɹ], genitief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯navanːa], datief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯navʊnʊn], akkusatief: [ɔkˈtoːbɪɹˌmɔa̯najɪnaɹ]

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

Oktober


Nederlands (nl)

Enkelvoud Meervoud
Naamwoord oktober m oktobermaanden 
Verouderde vorme
Genitief oktobers oktobermaanden  
Datief oktober oktobermaanden

Spelling tot 1934

October, meervoud: Octobermaanden

Uitspraak

IPA:
Nederlands: [ɔkˈtoːbər], meervoud: [ɔkˈtoːbərˌmaːndə(n)]
Belgies: [ɔkˈtoə̯bəʀ], meervoud: [ɔkˈtoə̯bəʀˌmaːndə(n)]

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

Oktober

    Sinonieme

wijnmaand


Nieu-Noors (nn)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief oktober m oktobermånaden oktobermånader oktobermånadene
Genitief oktobers oktobermånadens oktobermånaders oktobermånadenes

Spelling tot 1910

october, meervoud: octobermaanader

Uitspraak

IPA: [ɔkˈtoːbər], bepaald: [ɔk˅toːbərmoːnaən]; meervoud: [ɔk˅toːbərmoːnaər], bepaald: [ɔk˅toːbərmoːnaənə]

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

Oktober

    Sinonieme

sædmånad, slaktemånad


Sweeds (sv)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief oktober g oktobermånaden oktobermånader oktobermånaderna
Genitief oktobers oktobermånadens oktobermånaders oktobermånadernas

Uitspraak

IPA: [ɔkˈtuːbər], bepaald: [ɔk˅tuːbərmoːnadən]; meervoud: [ɔk˅tuːbərmoːnadər], bepaald: [ɔk˅tuːbərmoːnadəɳa]

Selfstandige naamwoord

    Betekenisse

Oktober

    Sinonieme

slaktmånad